Het Geheim van Hardlopen

How to get faster and fitter!

20130929 09 1e boek Gerard Nijboer NK 10 km Singelloop Utrecht (2)
Uitreiking eerste boek aan Gerard Nijboer

De Foster collapse

Link naar column op Running.be, 05-02-2014

The following two tabs change content below.
Hans van Dijk
Hans van Dijk (1954) is emeritus hoogleraar aan de TU Delft en levenslang hardloper. Hij ontwikkelde modellen waarmee de hardlooptijd nauwkeurig voorspeld kan worden.
Hans van Dijk

Laatste berichten van Hans van Dijk (toon alles)

2 reacties

  • Walther de Block schreef:

    Met veel plezier heb ik het geheim van hardlopen gelezen. Ook heb ik nog vragen na het lezen van het boek en enkele opmerkingen.
    In het boek wordt beschreven dat de marathon loper volledig afhankelijk zou zijn van de aerobe afbraak van glycogeen. – vraag 1) er worden gelijkertijd toch ook vetzuren afgebroken zoals ook beschreven wordt in hoofdstuk 46, waarom worden die niet meegerekend in de energievoorziening. – vraag 2) in het boek wordt ervan uitgegaan dat de loopcapaciteit over de volledige brede van het hardslagbereik is opgebouwd. Mijn inziens hebben beginnende marathon lopers met minder of minder recente loopervaring het risico te hard te trainen, waardoor de melkzuurdrempel (te) vroeg wordt bereikt. Is het niet zo dat ook deze lopers er zeer gebaad bij zouden zijn om volume onder de melkzuurdrempel te trainen? (mogelijk dat dit zelf een nieuw hoofdstuk waard zou zijn in het boek hoofdstuk 27+).
    Opmerking t.a.v. het boek. Sommige berekeningen geven mijn inziens aanleiding tot een schijnnauwkeurigheid, bijv E = cmd
    Bedankt voor het schrijven van dit boek en veel succes

    • Hans van Dijk Hans van Dijk schreef:

      Beste Walther,
      Bedankt voor je reactie en complimenten! Fijn dat je ons boek waardeert!
      Je vragen kan ik als volgt beantwoorden:
      1. er worden zeker vetzuren afgebroken, het aandeel in de energievoorziening is circa 10% bij de 3000 meter en circa 30% bij de marathon
      2. om conditie op te bouwen is het het beste om te trainen bij hoge hartslag, ook voor beginnende lopers. Wel is dit zwaar en kun je dat altijd maar gedurende orde van 10% van je trainingstijd doen. De overige tijd loop je bij lagere hartslagen, dus duurlooptempo
      3. E=cmd is echt een harde natuurkundige wet, de enige onnauwkeurigheid die hier in zit, is de waarde van c. Deze wordt door vele onderzoekers op 1 kcal/kg/km gesteld, maar inderdaad zou je kunnen zeggen dat de ene loper misschien 0,99 heeft en de andere 1,01.
      We zijn overigens momenteel bezig met een nieuw boek’Het Geheim van Wielrennen’, waarin we nader op veel van deze zaken zullen ingaan.
      Met vriendelijke groeten,

      Hans van Dijk