Hardloopvermogensmeters 10: De grenzen van het menselijk vermogen

In eerdere artikelen op ProRun hebben we laten zien dat natuurkunde en fysiologie bepalen welke hardloopprestaties haalbaar zijn voor je. De logische vraag is vervolgens wat maximaal haalbaar is? In dit artikel laten we zien wat de huidige grenzen zijn aan het menselijk vermogen. Samen met de omstandigheden waaronder gelopen wordt, bepaalt dit welke prestaties maximaal haalbaar zijn.

In eerdere artikelen gingen we eerder al in op de natuurkunde van het hardlopen en de fysiologie van het hardlopen.

De geleverde vermogens bij de wereldrecords
We hebben ons hardloopmodel gebruikt om de vermogens te berekenen bij de snelheden waarmee op verschillende afstanden wereldrecords zijn gelopen.  

Dit hebben we in een tabel gezet als vermogen P per kg lichaamsgewicht. De gegevens in de tabel bevestigen dat met het toenemen van de afstand en dus de tijd die is gelopen het vermogen afneemt. Dit klopt precies met wat we in het artikel over fysiologie hebben uitgelegd over de brandstof van de 4 energiesystemen waar ons lichaam over beschikt. De samenstelling van de brandstofmix is afhankelijk van de duur van de inspanning. En afhankelijk van die samenstelling kan onze menselijke motor meer of minder vermogen leveren.

Als we de formule van Riegel loslaten op die vermogens bij verschillende afstanden en tijden kunnen we voor elk van die wereldrecords de ADV berekenen. ADV staat voor Anaeroob Drempel Vermogen. Dit is het vermogen dat je een uur lang kunt volhouden. FTP (Functional Treshold Power) is de Engelstalige term die hiervoor ook veel in gebruik is.

In de tabel valt dan op de meeste wereldrecords zijn gevestigd met een ADV van ongeveer 6,35 watt/kg. De ADV’s bij 15 km, 25 km en 30 km zijn iets lager. Dat komt omdat deze wedstrijden minder vaak voorkomen en de wereldrecords daarop minder scherp staan. Verder valt op dat de ADV bij de wereldrecords op de 800 m en 1500 m hoger zijn. Dit komt omdat de anaerobe processen in de energiehuishouding door de samenstelling van de brandstofmix bij deze korte duur een grotere rol hebben.

De fysiologische grenzen aan het menselijk vermogen
Vanuit de fysiologie hebben we biochemisch berekend wat de grenzen zijn van het menselijk vermogen voor verschillende inspanningsduren. Sprinters maken voornamelijk gebruik van ATP als brandstof. Een 400 m en een 800 m hardloper moet het vooral hebben van de anaerobe omzetting van glycogeen. Lange afstand lopers maken gebruik van de aerobe omzetting van glycogeen en vetzuren. De brandstofmix is in elk van deze situaties anders. Naar mate een wedstrijd langer duurt, worden de aerobe processen in je energiehuishouding belangrijker en de haalbare snelheid daalt. In de tabel en figuur is dit inzichtelijk gemaakt.

De tabel laat ook zien dat biochemisch gezien de grens aan het vermogen dat je een uur vol kunt houden (de ADV of FTP) 6,41 watt/kg is. Dit is vrijwel gelijk aan de 6,35 watt/kg die we bij de wereldrecords eerder in dit artikel zagen. We zien ook bij andere duursporten, zoals wielrennen en schaatsen, dat dit het maximum is dat mannen kunnen. Voor vrouwen ligt de grens bij 5,70 watt/kg. We zien alleen hogere waarden bij sporters die EPO als doping hebben gebruikt. 

Op ons YouTube kanaal The Secret of Running kun je veel bekijken

Je kunt het effect van alle factoren op je prestaties nalezen in ons boek 
Hardlopen met Power!
Het boek luidt een revolutie in op hardloopgebied. Het boek legt de achtergronden en voordelen uit van hardloopvermogensmeters, die momenteel op de markt verschijnen. Net als wielrenners, kunnen hardlopers nu ook hun prestaties in de training en in de wedstrijd optimaliseren met de extra informatie van hun wattage! Van de schrijvers van Het Geheim van Hardlopen.
De ISBN nummers zijn:
paperback 978-90-821069-7-8
e-book (ePub3) 978-90-821069-8-5
e-book (Adobe DRM pdf) 978-90-821069-9-2
Hans van Dijk en Ron van Megen
www.hardlopenmetpower.nl

Lees verder...

Wat kun je doen om efficiënter hard te lopen?

In eerdere artikelen op ProRun hebben we laten zien dat hardlopers met dezelfde VO2 max toch verschillende tijden lopen in wedstrijden. We hebben uitgelegd dat dit komt door verschillen in loopefficiëntie. De een loopt efficiënter dan de ander. Dit wordt bepaald door je loopstijl.
Maar hoe kun je je verbeteren?

We weten dat je met de “running dynamics” paslengte, cadans, grondcontacttijd (GCT) en verticale oscillatie je loopstijl kunt typeren. Deze gegevens zijn bepalend voor hoe efficiënt je loopt. De betere hardloophorloges geven je alle informatie over deze gegevens. In onze boeken staat uitgelegd wat vanuit de theorie het effect is op je loopefficiëntie. Maar welke van deze drie moet je veranderen om te verbeteren?

Met de extra informatie die een hardloopvermogensmeter je oplevert, kun je dat zelf eenvoudig onderzoeken. In dit artikel laten we zien hoe we voor ons zelf de effecten van variaties in loopstijl in beeld hebben gebracht. We doen dat aan de hand van de gegevens van Hans.

Met de hardloopvermogensmeter Stryd kun je bepalen wat je specifieke energieverbruik is. Dit is de hoeveelheid energie in kilojoules per km en per kg lichaamsgewicht. In de Engelstalige literatuur is dit de ECOR: de Energy Consumption Of Running. Een typische waarde voor de ECOR op een vlakke en harde ondergrond is 0,98 kJ/kg/km.

Deze waarde is dus afhankelijk van je loopstijl en postuur. We weten dat voor toplopers heel efficiënte waarden kunnen gelden als 0,90 kJ/kg/km, terwijl inefficiënte joggers veel hogere waarden als 1,10 kJ/kg/km kunnen hebben. Deze joggers verbruiken dus veel meer energie per km en per kg lichaamsgewicht.

Dankzij de gegevens van de Stryd weten we met welk wattage je loopt en kunnen we het specifiek energieverbruik in (een deel van) de training eenvoudig en zo vaak bepalen als we willen. Hiervoor gebruiken we de formule:

ECOR (in kJ/kg/km) = Specifiek vermogen (in Watt/kg) gedeeld door de snelheid (in m/s)

Een experiment om uit te zoeken hoe je efficiënter kunt lopen

Hans heeft tijdens zijn dagelijkse training op een vlak en verhard rondje geëxperimenteerd met variaties in loopstijl. Na een warming up van 2 km is hij bij een gelijk tempo van ongeveer 5:00/km zijn cadans gaan variëren. Als Hans onder deze omstandigheden (met gelijkblijvend tempo) zijn cadans verhoogt, gaat vanzelf zijn paslengte, verticale oscillatie en grondcontacttijd omlaag. In dit experiment is dat heel eenvoudig gedaan door bewust kilometers met een normale cadans af te wisselen met kilometers waarin met een lagere of hogere cadans dan normaal is gelopen. De gegevens uitgezet in grafieken spreken duidelijke taal:

1. Bij een lagere cadans neemt de ECOR significant toe. Oftewel, het energieverbruik neemt flink toe. Dit is duidelijk gerelateerd aan de toename in paslengte, grondcontacttijd en verticale oscillatie. 
2. Bij een hogere cadans zie je het omgekeerde. De ECOR is lager, evenals de paslengte, grondcontacttijd en de verticale oscillatie. 


Discussie en conclusies 
Het experiment van Hans levert heel duidelijke en interessante resultaten op: de ECOR is significant afhankelijk van de loopstijl en komt tot uitdrukking in de cadans, paslengte, verticale oscillatie en grondcontacttijd.  Hans  kan kennelijk zijn ECOR verlagen van 1,03 naar 0,98 kJ/kg/km door zijn cadans te verhogen. Potentieel kan hij met deze reductie van 5% ook 5% sneller lopen! 

Vanzelfsprekend zijn er ook kanttekeningen. Om te beginnen is dit maar één experiment. Er zullen meer van dit soort experimenten gedaan moeten worden om tot de keuze te komen hoe Hans zijn cadans moet veranderen om sneller te worden.

Ook geldt deze conclusie niet voor iedereen. Het effect is afhankelijk van de loopstijl. Hans loopt als een gazelle met de power stride. Voor Ron is het effect weliswaar overeenkomstig maar wel kleiner. De loopstijl van Ron is die van een glider oftewel shuffle.

Een kanttekening is ook dat de gegevens zijn verkregen in een training. In een wedstrijd is de cadans van Hans sowieso hoger. Maar Hans gaat de volgende wedstrijd wel proberen om met een nog wat hogere cadans te lopen en zo aan efficiëntie (en dus snelheid) te winnen. 
Probeer het ook eens. Wij zijn heel benieuwd naar je ervaringen en bevindingen.

Je kunt het effect van je snelheid in relatie tot je leeftijd zelf berekenen op onze calculator  en alle factoren op je prestaties nalezen in ons nieuwe boek 

Het boek luidt een revolutie in op hardloopgebied. Het boek legt de achtergronden en voordelen uit van hardloopvermogensmeters, die momenteel op de markt verschijnen. Net als wielrenners, kunnen hardlopers nu ook hun prestaties in de training en in de wedstrijd optimaliseren met de extra informatie van hun wattage! Van de schrijvers van Het Geheim van Hardlopen

Hans van Dijk en Ron van Megen

Lees verder...

Hardloopvermogensmeters 9: de fysiologie van Hardlopen

De wetten van de natuurkunde alleen zijn niet voldoende om hardloopprestaties te verklaren. Hier hebben we ook de natuurwetten van de fysiologie bij nodig. Met kennis van fysiologie én van natuurkunde kunnen we hardloopprestaties heel precies analyseren en afhankelijk van de omstandigheden voorspellen wat iemand met een bepaalde ADV (Anaeroob DrempelVermogen) kan. Het ADV is het vermogen dat je precies een uur hardlopend kunt volhouden en wordt uitgedrukt in watts. In het Engels noemen ze dit de FTP, Functional Threshold Power. 

Twee weken geleden zijn we op ProRun nader ingegaan op De Natuurkunde van Hardlopen in het hardloopmodel. In dit artikel gaan we in op de fysiologie van hardlopen.

4 energiesystemen
We hebben op basis van de natuurwetten van de fysiologie bijgaande tabel afgeleid. De tabel laat zien hoeveel hardloopvermogen de verschillende energieprocessen in je spieren kunnen leveren. Van Adenosinetrifosfaat of ATP hebben we niet zoveel (brandstof)voorraad in ons lichaam. Met de ATP reserves kunnen we pakweg 10 seconden voluit hardlopen. Van glycogeen hebben we al behoorlijk wat meer in onze spieren, bloed en lever. Daarmee kunnen we wel 1,5 tot 3 uur vooruit. Met de hoeveelheid vetzuren in ons lichaam hebben we in principe voldoende brandstof om een paar dagen rustig te kunnen hardlopen.

De getallen in de tabel zien we als het maximum vermogen dat mannelijke elite atleten kunnen leveren. Voor vrouwelijke elite atleten ligt dit zo’n 11% lager. Sorry dames, dit komt omdat vrouwen van nature een hoger vetpercentage dan mannen hebben. Ook als ze een afgetraind gewicht hebben.

De vermogens per kg lichaamsgewicht hebben we berekend met de biochemie van de 4 basisomzettingsprocessen bij een metabole efficiëntie van 25%. Dat wil zeggen dat 25% van de metabole energie omgezet wordt in de voor hardlopen beschikbare mechanische arbeid. Dit percentage wordt beschouwd als het maximum voor elite atleten, zowel voor hardlopen als bij wielrennen. Eerder hebben we op ProRun laten zien dat je voor normale getrainde hardlopers beter 24% kunt aanhouden en voor ongetrainden met 23% gerekend moet worden voor de ME, de metabole efficiëntie. Elite atleten gaan dus ((25-23)/23 is) bijna 9% zuiniger (efficiënter) om met hun energievoorraden dan ongetrainde mensen.

De brandstofmix
Met de kennis van de 4 basisomzettingsprocessen die bij hardlopen een rol spelen kunnen we afhankelijk van de duur van een wedstrijd de optimaal beschikbare brandstofmix in je spieren bepalen, daarmee het vermogen berekenen dat je kunt leveren en vervolgens de snelheid bepalen die je een bepaalde tijd kunt volhouden. Loop je sneller dan kom je vanzelf de man met de hamer tegen: je lichaam valt terug op vetverbranding. Vetverbranding levert veel minder energie op: je bent niet meer vooruit te branden.

In de figuur hebben we de bijdragen van de 4 verschillende energie systemen afhankelijk van de duur van je wedstrijd inzichtelijk gemaakt. Sprinters maken voornamelijk gebruik van ATP als brandstof. Een 400 m en een 800 m hardloper moet het vooral hebben van de anaerobe omzetting van glycogeen. Lange afstand lopers maken gebruik van de aerobe omzetting van glycogeen en vetzuren. Dit betekent dus dat naar mate een wedstrijd langer duurt de haalbare snelheid lager wordt. Deze verschuiving van de brandstofmix is de verklaring van de Formule van Riegel. Deze formule wordt in heel veel calculatoren op internet gebruikt om je tijd op andere afstanden te voorspellen op basis van een gelopen tijd.

In een volgend artikel in deze reeks over hardloopvermogensmeters op ProRun laten we zien wat dit alles betekent voor het maximale menselijke vermogen dat geleverd kan worden. Met deze wetenschap heb je een hele goed indicator voor vermoeden van doping gebruik in handen.

Op ons YouTube kanaal The Secret of Running kun je veel bekijken
https://www.youtube.com/channel/UCZD6RjE9d17TsXpB-TDCCrg
Je kunt het effect van alle factoren op je prestaties nalezen in ons boek 
Hardlopen met Power!
Het boek luidt een revolutie in op hardloopgebied. Het boek legt de achtergronden en voordelen uit van hardloopvermogensmeters, die momenteel op de markt verschijnen. Net als wielrenners, kunnen hardlopers nu ook hun prestaties in de training en in de wedstrijd optimaliseren met de extra informatie van hun wattage! Van de schrijvers van Het Geheim van Hardlopen.
De ISBN nummers zijn:
paperback 978-90-821069-7-8
e-book (ePub3) 978-90-821069-8-5
e-book (Adobe DRM pdf) 978-90-821069-9-2
Hans van Dijk en Ron van Megen
www.hardlopenmetpower.nl

Lees verder...

Hardloopvermogensmeters 7: De Asselronde

In het vorige artikel in deze nieuwe reeks over hardloopvermogensmeters hebben we laten zien hoe de luchtweerstand het verschil kan maken bij hardloopprestaties. 

Naast de luchtweerstand (en de loopweerstand) zit in de hardloopformule ook de klimweerstand. Het lichaamsgewicht is recht evenredig opgenomen in de formule voor de klimweerstand. Dit bevestigt dat lichte mensen gemakkelijker naar boven lopen. Dat heeft iedereen vast al eens ervaren. Voor een heuvelachtig parcours loont het dus vooraf wat af te vallen en overtollige kilo’s kwijt te raken. En voor zover een helling nog hardlopend te doen is, zit de helling ook lineair in de formule. Een helling van 3% vraagt dus twee keer zoveel van het vermogen van je menselijke motor als een helling van 1,5%.

De Asselronde van de Midwintermarathon
In Apeldoorn vindt als onderdeel van de Midwintermarathon jaarlijks een tegenwoordig gecertificeerde 25 km wedstrijd plaats. Terecht stelt de organisatie dat parcours van deze Asselronde bekend staat als een van de mooiste van Nederland. Deelnemers lopen door de prachtige bosrijke omgeving van Apeldoorn en Hoog Soeren en over de prachtige heidevelden van Assel. De start en finish is op de enkele meters boven NAP gelegen ‘koninklijke’ Loolaan. In het parcours stijgt en daalt met kilometers lange hellingen en passeert een van de hoogste punten van de Veluwe: de Torenberg (107 m). Een mooi praktijkvoorbeeld om eens nader op de klimweerstand in te zoomen.

In de voorbereiding keek Ron natuurlijk even naar de tijden die hij al eens gelopen heeft. De snelste tijd had Ron in 2015. Hij liep de Asselronde toen gemiddeld in een tempo van 4:36/km. Dat jaar had hij het afgetrainde marathongewicht van 78,5 kg. In 2017 was het tempo gemiddeld 4:44/km. Ron was in 2017 dus 3% langzamer dan in 2015 en met 81 kg even zoveel zwaarder. Dit klopt dus als een bus met de recht evenredigheid van de loopweerstand én van de klimweerstand met het gewicht.

Hardlopen met 270 watt
In de 2018 editie van de Asselronde was Ron niet in vorm. Ron komt terug van een langdurige blessure en is bezig de draad weer op te pakken. Gezien de trainingsresultaten van de laatste tijd was het reëel voor deze 25 km te koersen op een gemiddelde van 270 watt op zijn hardloopvermogensmeter. Voor Ron komt dat op het vlakke neer op een mooi rond tempo van 5:00/km. Eerder hebben we op ProRun al eens aan de hand van de Zevenheuvelenloop een voorbeeld gegeven hoe je zo efficiënt mogelijk een heuvelparcours loopt. 

Je loopt efficiënt als je met een constant vermogen loopt. In de praktijk komt dit erop neer dat je heuvelop relatief langzamer gaat dan normaal en heuvelaf sneller loopt. Een constant tempo of constante hartslag is op een heuvelparcours niet zo’n slimme strategie.

Langzamer heuvelop lopen blijkt heel plezierig. Eenmaal op de top heb je niet het gevoel dat je eerst op adem moet komen. Je kunt meteen vol naar beneden lopen. In de Zevenheuvelenloop waren de hellingen korter. Daar was het wat eenvoudiger om heuvelaf een constant vermogen en dus hoog tempo aan te houden. Hoewel het in de Asselronde wat lastiger bleek om strak op het gekozen vermogen te lopen dan bij de Zevenheuvelenloop, pakte het gemiddelde met 271 watt toch heel aardig uit. En het gemiddelde tempo? Dat was 5:04/km. ?Het verschil met de 5:00/km bij 270 watt op het vlakke laat zich eenvoudig verklaren. Wat je heuvelop extra aan vermogen nodig hebt, win je heuvelaf niet helemaal terug. Dit fenomeen is vergelijkbaar met windje mee of windje tegen. Per saldo zijn heuvels en wind een nadeel.

In de grafiek voor dit artikel hebben we per km-segment het energieverbruik, ook wel ECOR of Energy Cost of Running, uitgezet. Gemiddeld over de hele wedstrijd was de ECOR voor Ron 1,03 kJ/kg/km. Als je het vergelijkt met het hoogteprofiel is goed te zien dat afdalen minder energie kost, de ECOR zakt in km 23 zelfs naar 0,93 kJ/kg/km. Klimmen kost juist meer energie. De hoogste waarde 1,18 kJ/kg/km werd in de steile km 6 bereikt. De benodigde energie per kg lichaamsgewicht en per km is evenredig met de steilte van de hellingen.

Als je wat meer wil weten waarom lopen op vermogen beter is dan lopen op tempo zou je dit artikel op ProRun kunnen nalezen.  Ook kun je onze boeken er nog eens bij pakken.

Op ons YouTube kanaal The Secret of Running kun je veel bekijken?
Je kunt het effect van alle factoren op je prestaties nalezen in ons boek ?Hardlopen met Power!
Het boek luidt een revolutie in op hardloopgebied. Het boek legt de achtergronden en voordelen uit van hardloopvermogensmeters, die momenteel op de markt verschijnen. Net als wielrenners, kunnen hardlopers nu ook hun prestaties in de training en in de wedstrijd optimaliseren met de extra informatie van hun wattage! Van de schrijvers van Het Geheim van Hardlopen.?De ISBN nummers zijn:?paperback 978-90-821069-7-8?e-book (ePub3) 978-90-821069-8-5?e-book (Adobe DRM pdf) 978-90-821069-9-2
Hans van Dijk en Ron van Megen
www.hardlopenmetpower.nl

Lees verder...

Hardloopvermogensmeters 7: De Natuurkunde van Hardlopen

In het eerste artikel in deze nieuwe reeks over hardloopvermogensmeters zijn we ingegaan op ons hardloopmodel.  In het kort gezegd komt het erop neer dat je bij hardlopen de 3 in de figuur aangegeven weerstanden moeten overwinnen. Deze weerstanden bepalen samen met het vermogen van je menselijk motor hoe snel je bent. Dit is gebaseerd eenvoudige natuurkundige wetten.
Voor degenen die zeggen dat natuurkunde niet het enige is dat een rol speelt: dat klopt! Volgende week gaan we op ProRun nader in op de fysiologie van hardlopen. Met kennis van fysiologie én van natuurkunde kunnen we hardloopprestaties heel precies analyseren en afhankelijk van de omstandigheden voorspellen wat iemand met een bepaalde ADV (Anaeroob DrempelVermogen) kan. Het ADV is het vermogen dat je precies een uur hardlopend kunt volhouden en wordt uitgedrukt in Watt. In het Engels noemen ze dit de FTP, Functional Threshold Power.
De Hardloopformule 
Voor ieder van de 3 in figuur aangegeven weerstanden kunnen we een natuurkundige formule geven. De 3 formules bij elkaar opgeteld vormen de Hardloopformule die aan de basis ligt van ons Hardloopmodel.
Als voorbeeld hoe de hardloopformule rekent nemen we een gebruikelijke c-waarde (Energy Cost of Running, ECOR) van 0,98 kJ/kg/km, een lichaamsgewicht van 70 kg, en een snelheid van 20 km/h. De loopweerstand Pr wordt dan 0,98*70*20/3,6 = 381 watt.
Vervolgens vullen we de formule in voor de luchtweerstand Pa. We nemen voor de luchtdichtheid ? 1,205 kg/m3 (dit is het geval op zeeniveau bij 20°C en een luchtdruk van 1.013 mbar), voor de luchtweerstandscoëfficiënt cdA nemen we 0,24 m2, we gaan uit van windstil weer (zodat vw = 0) en de loopsnelheid is weer 20 km/h. De luchtweerstand Pa bedraagt dan 0,5*1.205*0,24*(20/3,6)3 = 25 watt.
Het komt er dus op neer dat op zeeniveau en een vlak parcours (de klimweerstand is dan nul, Pc = 0) en windstil weer zo’n 7% van het vermogen van de hardloper nodig is om de luchtweerstand te overwinnen. Bij record pogingen worden daarom hazen ingezet om een schild voor de elite atleten te vormen en zo de luchtweerstand te verminderen. In zo’n groepje is een reductie van de luchtweerstand met 20% niet uitzonderlijk.
Met ons hardloopmodel hebben we uitgerekend hoe groot het voordeel van hazen is bij de wereldrecordprestaties op verschillende afstanden. Volgens deze berekeningen heeft Kenenisa Bekele ongeveer 21 seconden van zijn fenomenale 10.000 m wereldrecord te danken aan het werk van zijn hazen.
De luchtweerstand valt helemaal weg als we op een loopband hardlopen. In theorie loopt Kenenisa Bekele op een vlakke loopband 2 minuten sneller op de 10.000 m!
In de tabel geven we meer van dit soort voorbeelden: wat zou de tijd zijn geweest zonder hazen (met normale luchtweerstand) en wat wordt het op een vlakke loopband (zonder luchtweerstand).
Het Breaking2 project van Nike
We zagen het belang van het verminderen van de luchtweerstand goed bij het Breaking2 project van Nike. Het lukte Eliud Kipchoge net niet om de marathonafstand onder de magische 2 uur te lopen. Eliud liep met een afwisselend groepje hazen in een driehoeksformatie voor en achter hem, met voor hem een auto met een grote tijdklok en vanuit de auto markeerde een projectie van groene laserstralen op de weg waar en hoe snel de hazen moesten lopen. Dit betekende voor Eliud een vermindering van de luchtweerstand met liefst 37,5%. Als we dit terug rekenen komt de tijd van Eliud van 2:00:25 overeen met 2:02:18 in een normale wedstrijd met het gebruikelijke haaswerk. Dit zou dus een nieuw wereldrecord betekend hebben!
Het wereldrecord van Usain Bolt
Een ander heel illustratief voorbeeld van de invloed van de luchtweerstand kunnen we geven aan de hand van het wereldrecord op de 100 m van Usain Bolt. In de figuur laten we zien dat zijn in Berlijn gelopen wereldrecord van 9.58 seconden op de hoogvlakte van Mexico City 9.36 opgeleverd zou hebben. Dit is om de eenvoudige reden dat de luchtdruk op die hoogte lager is en de luchtweerstand dus minder. Theoretisch gezien zou Usain zelfs 9.18 op de 100 m kunnen lopen als alles mee zat (hoogte, temperatuur en rugwind van 2 m/s)!
 
Een kanttekening is hier nog op zijn plaats. De huidige hardloopvermogensmeters leveren interessante informatie maar kunnen nog niet goed uit de voeten met de luchtweerstand. Garmin Running Power is de eerste die dit wel biedt. De Garmin is alleen nog niet zo nauwkeurig en hooguit indicatief bruikbaar.
Op ons YouTube kanaal The Secret of Running kun je veel bekijken
https://www.youtube.com/channel/UCZD6RjE9d17TsXpB-TDCCrg
Je kunt het effect van alle factoren op je prestaties nalezen in ons boek
Hardlopen met Power!
Het boek luidt een revolutie in op hardloopgebied. Het boek legt de achtergronden en voordelen uit van hardloopvermogensmeters, die momenteel op de markt verschijnen. Net als wielrenners, kunnen hardlopers nu ook hun prestaties in de training en in de wedstrijd optimaliseren met de extra informatie van hun wattage! Van de schrijvers van Het Geheim van Hardlopen.
De ISBN nummers zijn:
paperback 978-90-821069-7-8
e-book (ePub3) 978-90-821069-8-5
e-book (Adobe DRM pdf) 978-90-821069-9-2
Hans van Dijk en Ron van Megen
www.hardlopenmetpower.nl

Lees verder...